VRT-enquête onderschat aantal antennekijkers

VRT-enquête onderschat aantal antennekijkers

In de maand februari van dit jaar liet de VRT door marktonderzoeksbureau IPSOS uit Gent drieduizend Vlamingen opbellen om een idee te krijgen van het aantal antennekijkers in Vlaanderen en Brussel. Binnen de IPSOS-steekproef vonden de onderzoekers slechts 18 antennekijkers. Zeven mannen en elf vrouwen beslisten zonder het te beseffen mee over het lot van zo’n 100 000 tot 200 000 antennekijkers (bron: IMEC.DIGIMETER 2017). De VRT houdt het op amper 45 000 antennekijkers, maar dat cijfer is een zware onderschatting. Antennekijker.be vroeg de IPSOS-enquête op bij de VRT, pluisde alle documenten uit en besluit dat de IPSOS-steekproef heel wat steken laat vallen. De cijfers uit deze enquête zijn geen correcte weergave van het aantal Vlaamse antennekijkers.

Eind vorig jaar schreef de VRT een openbare aanbesteding uit voor de verlenging van het distributiecontract voor de antenne-uitzendingen van radio en televisie. Zendmastoperator Norkring diende eind december als enige kandidaat een offerte in voor het perceel DVB-T. Norkring zou het voorbije voorjaar hoe dan ook geselecteerd worden om de free-to-air tv-uitzendingen de komende 6 jaar te blijven verzorgen. De huidige uitzendapparatuur voor DVB-T is al behoorlijk lang in bedrijf en niet geschikt voor uitzendingen in HD-kwaliteit. Een investering in nieuwe uitzendtechnologie was noodzakelijk. Maar de VRT zag de upgrade naar de nieuwe DVB-T2-technologie niet zitten en zocht argumenten om de antenne-uitzendingen te schrappen. De VRT bestelde daarom een beperkte telefonische enquête bij IPSOS die het bestaansrecht van de antenne-uitzendingen zou kunnen afzwakken. Uit vroeger marktonderzoek wist de VRT immers dat zo’n beperkte telefonische steekproef met de juiste vraagstelling een aantal belangrijke groepen antennekijkers sowieso niet zou detecteren. Op die manier kon de VRT het aantal antennekijkers in Vlaanderen minimaliseren.

Het IPSOS-onderzoek werd uitgevoerd in de maand februari, gedurende drie weken waarin ook de krokusvakantie was inbegrepen. Er werden 3000 telefonische interviews van 4 minuten afgenomen bij Nederlandstalige personen in Vlaanderen en Brussel. Als de respondent een antennekijker bleek te zijn werd het interview 4 minuten verlengd met bijkomende vragen. Er werden quota gehanteerd en de steekproef werd gewogen op basis van gezinssamenstelling, leeftijd, geslacht, provincie en sociale klasse. Hoe de telefoonnummers van de geënquêteerden werden geselecteerd blijft zelfs na het bestuderen van de IPSOS-documenten onduidelijk. We vermoeden dat een computersysteem lukraak telefoonnummers genereerde volgens bepaalde quota. Maar er kan ook gebruikgemaakt zijn van een vooraf geselecteerde database met telefoonnummers. Het is dus hoogst onzeker of op die manier een representatieve selectie van de Vlaamse bevolking gemaakt werd.

In de IPSOS-steekproef vond men uiteindelijk slechts 18 antennekijkers. In verschillende leeftijdscategorieën, provincies en sociale klassen werden nagenoeg geen antennekijkers gevonden waardoor de extrapolatie naar de totale Vlaamse bevolking naar 45 000 antennekijkers totaal geen steek houdt. Verschillende bronnen bevestigden ons dat een telefonische steekproef van 3000 bevragingen niet geschikt is om een nichemarkt zoals DVB-T op betrouwbare manier in kaart te brengen. Het IPSOS-onderzoek wordt door wetenschappers beschouwd als een ontoereikende peiling die de werkelijke DVB-T-penetratie onmogelijk correct kan weergeven.

De methodologie en vraagstelling van de IPSOS-steekproef doen vermoeden dat een aantal belangrijke nichegroepen van antennekijkers helemaal niet of ondervertegenwoordigd zijn in dit onderzoek. De steekproef werd aan de respondenten voorgesteld als een “studie naar het gebruik van telecomproducten”. De interviewers selecteerden uitsluitend respondenten die binnen het gezin de beslissingen namen over “telecomabonnementen voor telefonie, internet en digitale tv”. Aangezien er voor de ontvangst van de VRT via antenne geen telecomabonnement vereist is, is dit toch een vreemde introductievraag in een onderzoek dat de bedoeling heeft de Vlaamse antennekijkers in kaart te brengen. Het is aannemelijk dat op die manier een groot deel antennekijkers dat niet over een abonnementsbundel voor digitale tv en internet beschikt, niet werd geïnterviewd en bijgevolg niet vertegenwoordigd is in de IPSOS-steekproef.

Aangezien de data uitsluitend via telefoongesprekken werd verzameld valt het te verwachten dat nomadische antennekijkers (doorgaans personen zonder vaste verblijfplaats of vaste telefoonlijn) ondervertegenwoordigd zijn in de steekproef. Nichegroepen met veel antennekijkers zoals bijvoorbeeld kotstudenten, campingbewoners, woonwagenbewoners, foorkramers, binnenschippers of vrachtwagenchauffeurs die tijdens hun rusttijden via DVB-T naar het nieuws kijken, worden door de keuze voor een telefonische enquête uit de steekproef geweerd. In de Excel-tabellen van het IPSOS-onderzoek vinden we uitsluitend de nichegroep studenten terug, andere nichegroepen komen niet voor in het onderzoek.

Alleen voor de groep studenten kunnen we de proef op de som nemen en nagaan of deze groep representatief vertegenwoordigd is. Dit is een interessante toets want uit vroeger onderzoek over antennekijkers bleek dat heel wat kotstudenten naar de VRT kijken via een DVB-T USB-ontvanger aangesloten op hun laptop. Bijgevolg is het belangrijk dat kotstudenten correct vertegenwoordigd zijn in de steekproef omdat het hier toch over een populatie van meer dan 100 000 studenten in Vlaanderen en Brussel gaat. Als we de respondenten per leeftijdscategorie bekijken merken we op dat jongeren heel zwaar ondervertegenwoordigd zijn in de steekproef. Slechts 2% van de ondervraagden is tussen 18 en 24 jaar oud maar volgens Statbel, het Belgische statistiekbureau[3], behoort bijna 10% van alle Vlaamse en Brusselse volwassenen tot deze leeftijdscategorie. Studenten komen in de IPSOS-steekproef bijna niet voor. Slechts 0,4% noemt zich student terwijl in Vlaanderen en Brussel 3,8% van de volwassen bevolking is ingeschreven in het Nederlandstalig hoger onderwijs[4]. Als we dan de 18 DVB-T-kijkers uit de steekproef bekijken wordt ons vermoeden bewezen. Onder de antennekijkers komen helemaal géén 18- tot en met 24-jarigen voor en ook in de categorie studenten werd er geen enkele antennekijker gevonden. De antennekijkers die op hun studentenkot naar de VRT kijken zijn een grote blinde vlek in het onderzoek.

In de leeftijdscategorie 65-plussers merken we eveneens een ondervertegenwoordiging op. Er blijken slechts 20 procent 65-plussers in de steekproef voor te komen. Volgens Statbel behoort bijna 24% van de Vlaamse en Brusselse volwassenen tot die groep. Opvallend is dat we in deze ondervertegenwoordigde leeftijdsgroep vaststellen dat er opnieuw geen enkele antennekijker werd gevonden. Bij een niet correcte vertegenwoordiging van een leeftijdsgroep blijkt meermaals dat er dan geen antennekijkers worden gevonden. Hierdoor is de steekproef opnieuw geen correcte weergave van het aantal Vlaamse antennekijkers.

In de geografische verdeling van de steekproef valt ook een leemte op te merken. Er komen slechts 0,61% Nederlandstalige Brusselaars in voor. Dit is een zeer sterke ondervertegenwoordiging want in realiteit is 3,4% van de volwassen bevolking in het zendgebied van de VRT een Nederlandstalige Brusselaar. Brussel is namelijk een stad van meer dan 1 miljoen inwoners en volgens de BRIO-taalbarometer uit 2013[5] spreekt 23,1% van de Brusselaars zeer goed Nederlands. Voor die groep Nederlandstalige Brusselaars is de ontvangst van de VRT zeker relevant. Als we naar de 18 antennekijkers kijken, stellen we vast dat er geen enkele Brusselse antennekijker is gevonden. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is alweer een belangrijke blinde vlek in het IPSOS-onderzoek.

Van de 18 antennekijkers zijn er slechts 12 die aangeven dat dit hun belangrijkste manier van tv-kijken is. De andere 6 zijn secundaire antennekijkers die voornamelijk met een settopbox van een distributeur via kabel of DSL-lijn kijken en slechts op een tweede toestel via antenne kijken. Van de 12 primaire antennekijkers geven er 7 aan dat ze niet meer naar de VRT zullen kijken na afschakeling van het DVB-T-signaal. Slechts 2 antennekijkers verklaren te zullen overschakelen op videostreaming zoals VRT NU. De 3 overige stellen dat ze een betaalabonnement bij een distributeur zullen nemen. Bij de 6 secundaire antennekijkers opteert de helft om hun tweede tv-toestel te voorzien van een tv-signaal via een settopbox van een distributeur, de andere helft besluit om het tweede tv-toestel niet meer uit te rusten voor tv-ontvangst. Uit het onderzoek kunnen we besluiten dat 90% van de antennekijkers videostreaming (zoals VRT NU) uitdrukkelijk niet als een alternatief beschouwt voor tv-ontvangst op hun tv-toestel. Het is dan ook totaal niet ernstig dat de VRT uit ditzelfde onderzoek besluit[6] dat VRT NU hét alternatief is voor de antennekijkers en het DVB-T-aanbod zomaar kan stopgezet worden.

Het is voor Antennekijker.be overduidelijk dat de VRT deze enquête heeft gebruikt om een reeds eerder genomen beslissing door te drukken zonder rekening te houden met de dagelijkse realiteit van de antennekijkers. De twijfelachtige methodologie, vraagstelling en de opvallende blinde vlekken in de IPSOS-enquête tonen aan dat dit onderzoek het aantal antennekijkers onderschat. Samengevat kunnen we stellen dat de uitgesproken ondervertegenwoordiging van bepaalde leeftijdscategorieën, provincies en sociale klassen problematisch is. Daarnaast is een groepje van slechts 18 antennekijkers, waarvan slechts 12 primaire antennekijkers, véél te klein om een representatieve weergave te zijn van het werkelijk aantal antennekijkers in heel Vlaanderen en Brussel. Het cijfer van 45 000 antennekijkers dat geëxtrapoleerd werd uit deze 18 antennekijkers komt niet overeen met de werkelijkheid.

Antennekijker.be beschouwt de studie IMEC.DIGIMETER 2017, die jaarlijks het media- en technologiegebruik in Vlaanderen in kaart brengt, als een meer wetenschappelijk onderbouwd en betrouwbaarder onderzoek. IMEC.DIGIMETER stelde vorig jaar vast dat 3,2% van de Vlamingen een DVB-T-antenne had. Dit komt overeen met ongeveer een groep van ongeveer 200 000 Vlamingen. Door het jarenlange doodzwijgen van het DVB-T-aanbod door de VRT is de populariteit van ethertelevisie gedaald. Bijgevolg schat Antennekijker.be dat het aantal antennekijkers vandaag ergens tussen de 100 000 en de 200 000 ligt. Dit aantal is echter voldoende groot om een kostprijs van meer dan 1 miljoen euro per jaar voor de DVB-T-uitzendingen te verantwoorden. Voor amper 10 euro per antennekijker per jaar kan de VRT het signaal in de lucht houden. Bovendien moet de VRT als openbare omroep en lid van de European Broadcasting Union (EBU[7]) aan de Vlaming een free-to-air-aanbod ter beschikking stellen dat lineair te ontvangen is op tv-toestellen en waarvoor geen abonnement vereist is. Om die doelstelling te vervullen is volgens de EBU uitzenden via de ether de enige volwaardige distributiemethode.

Bronvermelding:

[1] DVB-T-steekproef Ipsos Connect
[2] IMEC.DIGIMETER 2017, jaarlijks rapport over media- en technologiegebruik in Vlaanderen
[3] Statbel: het Belgische statistiekbureau
[4] Hoger onderwijs in cijfers. Academiejaar 2017-2018
[5] BRIO-taalbarometer 3: diversiteit als norm
[6] VRT-persbericht 17 mei 2018: “VRT stopt eind dit jaar met uitzenden via DVB-T”
[7] EBU Tech Report 026

6 reacties op “VRT-enquête onderschat aantal antennekijkers

  1. Dit is nog maar het topje van de ijsberg…

    Er is nog veel meer aan de hand met de toekomstige distributie van FM-radio en DAB, nu de boekhouders de VRT overgenomen hebben…

    Wordt vervolgd.

  2. Mooie synthese met reële feiten.
    VRT via DVB-T is ook een bijkomende promotie voor de Nederlandse taal in het Brusselse Gewest en in grote delen van Wallonië waar ook het Vlaamse DVB-T-signaal te ontvangen is.
    Allochtonen in Vlaanderen nemen meestal geen abonnement voor kabel-TV, maar kijken TV via de satelliet. Veel satelliet-ontvangers hebben ook een ingebouwde DVB-T(2) tuner. Ofwel heeft hun TV-toestel een geïntegreerde DVB-T(2) tuner. Zo kunnen deze ‘nieuwkomers’ en hun kinderen (Ketnet!) toch nog Vlaamse TV-programma’s ontvangen. Dit bevordert hun kennis van het Nederlands.
    Hallo Ministerie van Cultuur en Ministerie van Onderwijs…….

  3. Als Nederlandse kijker van de VRT ken ik de Belgische wetgeving niet goed, maar is het niet zo dat de VRT zich net als de Nederlandse NPO niet dienstenlijk mag maken aan commerciële partijen?

    Denkt de VRT dat internet toegang gratis is? Of moet een kijker dan nu maar verplicht een kabel of satelliet TV of internet abonnement aanschaffen om de VRT te bekijken?

    De VRT wordt met belasting geld betaald en zou dus gratis (belasting betaald) beschikbaar moeten zijn.

  4. P.s: stap als antennekijker actiegroep naar de rechter. U krijgt tenslotte in november geen waar meer voor uw belastingbijdrage dus belastingteruggave of minimaal de VRT 1 miljoen euro korten per jaar voor niet leveren van de dienst.

Reageer